| bron: Peter de Laat |
Rolstoeltennis wordt in Vlaanderen maar weinig beoefend door rolstoelgebruikers. De gemeenschap zal hier wel toch iets voor doen.
Waar vinden we een rolstoeltennis club in Vlaanderen? Overal waar er tennisvelden zijn, heb je een tennisclub. Maar een rolstoeltennisclub vind je niet overal waar er tennisterreinen zijn. Op de site van het BOIC (Belgisch Olympisch en Inter-federaal Comité) is er geen link naar een bond van een sport voor mensen met een beperking. Via verschillende omwegen komen we op de site van de VLG (Vlaamse Liga voor Gehandicaptensport) waar er info is over de verschillende sporten voor gehandicapten.
Hier zijn de contactadressen van verschillende sportclubs te vinden. De meeste clubs op de lijst hebben geen rolstoelsporters in de club. De verantwoordelijke van een club geeft wel het e-mailadres van de voorzitster An Lavrysen van de rolstoelfederatie. Hieruit blijkt dat er fouten staan op de site van de VLG. Ik stuur dan een mail naar de rolstoelfederatie, waar ik antwoord krijg dat ik de reportage mag komen maken. Ze vraagt wel wat de return is voor de personen, die ik ga interviewen. Als ik haar antwoord dat dit voor een journalistieke blog is, krijg ik een antwoord dat het niet meer door gaat. Bij het opnieuw zoeken naar een club kom ik op de site van Forest Wheels.
Op de site van Forest Wheels lees je dat ze de grootste club van Vlaanderen zijn. De club telt in het totaal 22 actieve leden, wat zeer weinig is in vergelijking met een gewone sportclub. ‘De mensen in een rolstoel durven gewoon niet naar buiten te komen,’ ondervindt Louisa Vanderwallen (70) de voorzitster van Forest Wheels, ‘zelfs in het rolstoelbasket zijn er maar weinig mensen’. De meeste mensen zijn bang dat ze worden aangestaard door de valide mensen. In het begin als ze in een rolstoel terechtkomen, zijn ze een beetje futloos. Daarna willen ze zo snel mogelijk revalideren om uit hun rolstoel te geraken. Dit is misschien wel de grootste reden waarom er zo weinig mensen een rolstoelsport beoefenen.
Een reden die alleen in Vlaanderen geldt, zijn de subsidies. In België wordt de financiële steun aan sportclubs geregeld door de gewesten. In Vlaanderen worden alleen de clubs gesubsidieerd en niet de mensen. Deze moeten hun sportrolstoel zelf kopen. In Nederland krijgen ze om de vier jaar een bepaald bedrag om er een te kopen. In de andere buurlanden is er een zelfde systeem, in Wallonië wordt er een deel terug betaald. Een sportrolstoel kost redelijk veel geld, de kostprijs begint vanaf 3000 euro en kan oplopen tot 6000 euro. De stoelen zijn zo duur omdat ze op maat moeten gemaakt worden, want als je er niet goed kunt in zitten, kan je niet goed spelen. Dit is niet iets wat je zomaar alle vier jaar gaat uitgeven, om je hobby te beoefenen. Want dan heb je je lidgeld en je racket nog niet betaald.
Rolstoeltennisclubs vinden is al niet gemakkelijk, maar voor de clubs is het ook niet gemakkelijk om een locatie te vinden. Forest Wheels is een Brasschaatse club, maar ze trainen in Sint-Katelijne-Waver. Toen de club werd opgericht trainden ze in Brasschaat, maar daar was geen gelegenheid om naar het toilet te gaan voor de rolstoelgebruikers. De club daar wou er zelfs geen laten plaatsen. Dus week de club uit naar ergens anders, maar daar waren de paden naar de terreinen veel te gevaarlijk voor rolstoelpatienten. Waardoor ze uiteindelijk in Sint-Katelijne-Waver terecht kwamen. Hieraan zie je dat niet veel gewone tennisclubs hun accommodatie willen aanpassen voor rolstoelgebruikers. Hierdoor moeten de clubs altijd zoeken naar beschikbare terreinen en clubs die bereidt zijn hun accommodatie aan te passen.
Welke mensen
De meeste rolstoelgebruikers die een sport beoefenen, hebben eerste zelf een sport beoefent voor ze in een rolstoel terechtkwamen. Dit zorgt ervoor dat deze mensen sneller opnieuw willen gaan sporten. De meeste mensen hebben een ongeluk gehad waardoor ze in een rolstoel terechtkomen. ‘Eerst proberen die mensen om te revalideren om terug gewoon te kunnen stappen, wat ik volkomen begrijp,’ zegt Louisa. Als het dan niet lukt om gewoon te sporten, gaan ze een rolstoelsport kiezen. Uit eigen ondervinding vertelt Louisa: ‘Negen jaar geleden heb ik zelf een ongeluk gehad en ik heb getracht om terug gewoon te kunnen sporten.’ Wat een nog veel voorkomt feit is waarom deze mensen in een rolstoel zitten, is een hersenbloeding. Zij hebben soms nog meer beperkingen, zoals de armen die niet goed meer functioneren. Er zijn heel weinig mensen die aan rolstoelsporten doen met een aangeboren motorische handicap.
Zoals in de alle sporten voor validen, heb je in het rolstoeltennis verschillende leeftijden. Er zijn wel meer volwassen mensen dan jongeren die het rolstoeltennis beoefenen. Dit heeft te maken met verschillende redenen. Een eerste reden is dat de jeugd liever een iets meer spectaculairdere sport beoefenen, zoals rolstoelbasket. Volgens Louisa is er een andere reden die een veel grotere rol hierop speelt. ‘De jongeren hebben nog geen rijbewijs en kunnen zich dus moeilijk verplaatsen naar hier. Ze zijn afhankelijk van hun ouders.’ Dit kan je zien bij Forest Wheels, in de club zijn er van de 22 leden maar drie jeugdspelers, wat vrij weinig is. In de validen clubs is het juist andersom, daar zijn er meer jeugdspelers dan volwassen spelers. Het jongste lid is negen jaar oud, terwijl ze in de meeste validen clubs beginnen vanaf hun zes jaar.
TrainingenEr is maar een training in de week in de club. Daarnaast is er nog een gewestelijke training. Deze wordt ook gegeven door de trainer van Forest Wheels. ‘Ik geef intussen al ongeveer een negentien jaar tennis trainingen aan mensen met een beperking. Dit is gekomen doordat iemand mij aansprak daarover. Die persoon vroeg of er geen tennisclub bestond voor rolstoelgebruikers,’ vertelt Ronny Van Langendonck. De trainingen die hij geeft zijn hetzelfde als die van valide atleten, het enige wat verschilt is de snelheid in de oefeningen. Maar hoe kun je als trainer goed beseffen hoe het is om met een rolstoel te moeten spelen. ‘Om deze trainingen te kunnen geven, heb ik in het begin vooral veel zelf in een rolstoel gezeten en het zo gespeeld.’
De spelers worden in vier categorieën onderverdeeld. Je hebt A, B en C zijn naargelang je beperkte mobiliteit en dan heb je nog quad die hebben ook nog een beperking aan minstens een van de bovenste ledematen. Je hebt elke maand een criterium in België, dit kan je vergelijken met een interclub bij het tennis. Hier spelen zowel mannen als vrouwen tegen elkaar, omdat er te weinig spelers zijn. Daarnaast heb je nog drie grote tornooien, waar mannen en vrouwen wel gescheiden worden. Een van deze tornooien is het Belgisch kampioenschap, de andere zijn internationale tornooien. Alleen bij deze tornooien krijg je prijzengeld, bij de andere niet. Hier merk je ook dat er weer een groot verschil is met Nederland. Daar hebben ze namelijk meer tornooien, dan hier in Vlaanderen en zelfs in België. Dit komt wel omdat er daar meer spelers zijn en ze meer hulp krijgen van de regering. ‘Ik probeer nu het wereldkampioenschap te organiseren in België, maar ik vind geen sponsors. Maar van de regering uit wordt er veel te weinig gedaan, waardoor er geen pers op afkomt. Hierdoor kun je veel moeilijker aan sponsors geraken. Want je kan ze niet iets in de plaats geven,’ vertelt Van Langendonck.
---------------------------------------------------------------------------------------
Eric Estievenart is een militair die met een sportongeluk zijn linkerbeen verloor: ‘Als je je been verliest kan je ofwel je er bij neerleggen of er het beste van proberen te maken. Ik heb mij er wel niet bij neergelegd, omdat ik een job had in de sportsector en mijn kinderen zagen hun vader altijd als een sportieve papa. Je kan dan kiezen om te blijven werken of alle drie maanden een vergoeding te krijgen. Maar dit is veel minder dan als je blijft werken. Op sportief gebied heb ik veel moeten laten vallen. Ik zat in het nationaal oriëntatieloopteam, ik deed aan zwemmen en fietsen. Nu ga ik nog regelmatig met de familie iets van sport doen, zoals trekking en zwemmen. Ik ga ook regelmatig eens fietsen maar doe dit niet op de openbare weg, want ik heb nog schrik van het verkeer op de weg. Omdat ik het zelf niet meer kan op competitief niveau, help ik mee om het te organiseren. Vroeger kon ik inspringen als er iemand te weinig was, dit is nu ook niet meer mogelijk.
------------------------------------------------------------------------------------------
Wie zijn de elitesporters in vlaanderen?
Een atleet met elitestatuut presteert op wereldniveau. De eliteatleet moet minstens 1 keer per jaar de prestatienorm halen om zijn/haar statuut te behouden.
Paralympische sporten
Atletiek: Gino De Keersmaeker, Frederic Van den Heede
Basketbal: nationaal basketbalteam (20 atleten)
Boccia: nationaal BC3 bocciateam (4 atleten)
Goalbal: nationaal goalbalteam (12 atleten)
Paardrijden: José Lorquet op Junior du Pré *, Evelien Vanlooveren op Dreamboy, Bert Vermeir op Tiramisu, Michèle George*
Rugby: nationaal rugbyteam (8 atleten)Tafeltennis: team klasse 8, Sylvie Dejonckheere, Nico Vergeylen, Ben Despineux*, Marc Ledoux*, Mathieu Loicq*
Tennis: Joachim Gerard *, Annick Sevenans
Wielrennen: Alain Goolaerts, Christophe Hindricq *, Wim DecleirZwemmen: Sven Decaesstecker, Tamara Medarts
Niet-paralympische sporten
Keusporten: Kurt Deklerck
Wielrennen: Karel Laga



Geen opmerkingen:
Een reactie posten