maandag 23 mei 2011

wordle

Sensatie en robots als atleten

Er is een nieuwe tendens ontstaan in het sport, spektakel. Elke sport moet spectaculairder worden, want dit brengt kijkers met zich mee. Daar is het vooral om te doen. Door de drang naar sensatie krijg je meer kijkcijfers, maar minder en minder atleten. Door dit te doen krijg je natuurlijk veel gevaarlijkere toestanden. De Giro is hier een van de grootste voorbeelden van, dit is een Italiaanse rittenkoers in het wielrennen. De Italianen zijn wel gekend voor hun drang naar sensatie, maar er zijn grenzen. In de Giro van dit jaar gaan ze er toch echt over. Er zijn negen ritten waar ze telkens meer dan 200 km moeten afleggen. Dan heb je ook nog eens acht ritten met aankomst boven op een col. Maar wat het meest angst in boezemt bij de mensen, zijn de verschillende Strada Bianca (Italiaans voor onverharde weg). Als ze deze wegen alleen bergop moeten, vormt dit geen probleem. Maar ze moeten deze ook vlak en bergaf rijden. Vergeet niet dat een wielrenner geen 30 km per uur rijdt op het vlakke. Ze rijden wel tegen 50 à 60 km per uur op het vlakke en bergaf kunnen ze wel tot 100 km per uur gaan. Veel beschermt zijn ze ook al niet, het enige dat ze dragen is een helm. Die bescherming is zelfs al niet genoeg om dodelijke ongelukken te vermijden. Wouter Weylandt droeg zo’n helm tijdens zijn fatale val in deze Giro. Toen Tom-Jelte Slagter op zo’n Strada Bianca zwaar ten val kwam, was iedereen direct in paniek toen deze niet bewoog, maar hij overleefde zijn val wel. Hij viel nota bene op een stuk afdaling. Op deze wegen liggen losse steentjes, waardoor je fiets de hele tijd wegslipt. Als je denkt dat dit een tendens is die zich alleen voortdoet in het wielrennen, heb je de bal duidelijk mis geslagen. In de Formula 1 is dit al een probleem van bij het ontstaan van deze sport. Terwijl de autoconstructeurs de wagens zo veilig mogelijk willen maken, doet de organisatie er alles aan om de sport zo spectaculair te maken. Dit zorgt voor de nodige ongelukken. In de wagens zitten nog altijd levende mensen, die bij een crash misschien om het leven kunnen komen. Organisaties vergeet niet dat je nog steeds met mensenlevens speelt en het zijn geen robots.

zondag 22 mei 2011

Jong geweld organiseert Ternat Beach

Dit jaar vindt van vrijdag 29 tot en met zondag 31 juli de zesde editie van Ternat Beach plaats aan het gemeentelijk sportcentrum. Wat ooit begon als een klein beachvolleybaltornooi, is uitgegroeid tot een heus beachsportfestijn. Twee jonge mannen hebben dit idee op poten gezet, Tim De Plecker (22) en Thomas Blancke (22). 'We vonden dat er zo'n tornooi ontbrak in Ternat en het leek ons ook niet moeilijk om een tornooi te organiseren vermits de velden er al lagen,' vertelt Tim. in het begin ging het tornooi door op de twee beachterreinen van de gemeente. Sinds drie jaar wordt er ook gespeeld op de parking van het sportcomplex, waar men tijdelijk zand heeft gestort voor het tornooi. Waardoor ze meer plaats hebben gecreëerd, zodat ze alle ingeschreven ploegen kunnen laten deelnemen. In het eerste jaar namen er maar acht ploegen deel. Nu zitten ze al aan een dikke 200 deelnemers over heel het tornooi. In tegenstelling met de start van Ternat Beach wordt er niet enkel beachvolleybal gespeeld, maar ook beachvoetbal. Het tornooi heeft in het verleden al enkele jonge Belgische volleybaltalenten kunnen aantrekken. Zelfs de kleinsten kunnen deelnemen aan het gebeuren, voor hun is er een initiatie beachvolleybal. De winst die ze maken steken ze niet in eigen zak, maar spenderen ze het volgende jaar.

Familietornooi als afsluiter bij volleybalclub Kruikenburg

Naar jaarlijkse gewoonte houd volleybalclub Kruikenburg uit Ternat op het eind mei een familietornooi. Hiermee sluit de club haar seizoen af en bedankt het haar leden. Dit jaar gaat het tornooi door op zaterdag 28 mei. Dit is een tornooi tussen de leden van de eigen club. Het is geen alledaags tornooi, de spelers spelen namelijk samen met een iemand van de familie samen. Eric de Laat (43) vertelt: ‘Zo zien de ouders hoe hun kind is geëvolueerd gedurende het seizoen.’ Aan deze wedstrijden hangt geen prijs aan vast. Het is louter voor het plezier en de sfeer. De leden spelen wel in een competitie binnen de eigen vaardigheden. Wat zorgt dat dit voor enkele ouders een sportdag wordt. Zodat de kleinsten geen schrik moeten hebben voor de sterkere spelers van de club. Dit tornooi begint al in de voormiddag, waar elke categorie een bepaalde tijd speelt. Op het einde van de dag spelen de ouders die nog zin hebben tegen de oudste jongens en meisjes van de club. Hier gaat men stevig doorspelen, want men wil bewijzen wie het beste is. In het algemeen zien de ouders dit als een ontspanning. Maar de leden willen tonen dat hun mama of papa het beste kan volleyballen.

Topspin geeft extra tennistrainingen

De Ternatse club geeft ieder seizoen een twintigtal trainingen, maar nu krijgen de leden er zeven bij. Er waren verschillende leden die vonden dat de opeenvolging van de training veel te snel was, waardoor de trainingen er snel opzaten. Daardoor is de ruimte tussen de laatste training en de vakantie zeer groot. Dus gingen enkele leden vragen of het mogelijk was om nog extra trainingen te krijgen. De club had hier geen enkel bezwaar tegen. Na navraag te hebben gedaan of er wel genoeg leden in geïnteresseerd waren, deelde de club mee dat er nog lessen bij kwamen. Maar niet alle leden doen mee aan deze extra lessen, wegens tijdsgebrek of geen zin meer. Tijdens het jaar gaan de trainingen door in de gemeentelijke sporthal van Ternat. Maar omdat het nu mooi zonnig weer is, gaan de trainingen door op de buitenterreinen van de gemeente. Dit wordt een kleine aanpassing voor de leden want het is een gravelterrein. Maar ze vroegen hiervoor natuurlijk wel een extra bijdrage van 37 euro. Dit is voor het betalen van de terreinen en een vergoeding voor de trainers. Wim Stradiot (21) zegt: ‘De winst die we maken tijdens het jaar zorgt ervoor dat de schade die we nu oplopen beperkt blijft.’

‘Zonder de volleybalsupporters was het niet gelukt’

bron: Peter de Laat

Op paasmaandag 25 april 2011 werd er in de sporthal van Haasrode de Vlaams-Brabantse bekerfinale van het volleybal gespeeld. De finale ging tussen de thuisploeg Volley Haasrode Leuven (VHL) en Kruikenburg, dat in de jaren 80 Europees speelde.

Tijdens de opwarming viel de libero, Grimme Bogaerts, gekwetst uit met krampen. Hierdoor werd Haasrode verzwakt in de receptie. Voor de wedstrijd werden de ploegen voorgesteld. In de eerste set ging het gelijk op, tot de opslagmissers van Kruikenburg hun tol eisen. De eerste set werd uiteindelijk gewonnen door Haasrode met 25-20. De tweede set begon hetzelfde als de eerste, maar keerde vrij vroeg naar een afgang voor Kruikenburg. Alles ging fout bij Kruikenburg, slechte passes en recepties. Bij Haasrode daarentegen liep het op rolletjes. Het werd dan ook een afgetekende 25-13 setstand. ‘Na de tweede set dacht ik nog de derde set spelen en dan naar huis gaan,’ vertelde Pieter-Jan Van Nuffel.

De heropstanding

Kruikenburg start in de derde set met dezelfde ploeg als in de vorige twee sets. Ze spelen nu met het mes op de keel. Er is geen enkele supporter die nog gelooft in een overwinning voor Kruikenburg. De set begint zoals de vorige twee sets, tot Kruikenburg het weer moeilijk krijgt en een klein kloofje moet laten bij een 12-8 setstand. Bij een 15-12 stand springen alle Kruikenburg supporters recht als de scheidsrechter een punt geeft aan VHL. Zij zagen een fout van een VHL speler, maar de scheidsrechter beslist over het punt en niet het publiek. Kruikenburg vindt uiteindelijk terug aansluiting en wipt er zelfs over, zodat ze de set winnen met 22-25. Eric Sempels, coach van VHL, zegt: ‘hun jonge ploeg vocht sterker terug dan we gehoopt hadden.’ In set vier gaven de twee ploegen elkaar geen duimbreed toe. Pas bij een 17-21 stand kon Kruikenburg een kloof slaan, die leidde tot de 19-25 setoverwinning.


Door het 2-2 in sets kwam er een tie-break, die moet beslissen over wie de beker mee naar huis neemt. Bij VHL is er een wijziging, Bart Verheyden komt in de ploeg voor Pieter Schol. ‘Zonder de supporters was het niet gelukt, om een vijfde set te halen,’ ondervond Tim De Plecker. De twee ploegen gaan nog volop voor de overwinning. Ze doen dan ook niet onder voor elkaar in het begin van de set. Bij een 8-6 stand wisselen de ploegen van kant. Maar nog steeds kan er geen een van beide ploegen in slagen om een kloof te slaan. Bij een 10-11 stand is er paniek bij Kruikenburg, hun middenaanvaller Tom Van Craenenbroeck valt gekwetst uit bij een slechte landing. Na het in brengen van Wim Stradiot kan de wedstrijd weer verdergaan. Kruikenbrug kan een kleine kloof slaan, wat leidt tot setwinst 12-15. Kruikenburg wint de bekerfinale na een beklijvende finale. Eric Wenseleers: ‘VHL zat erdoor na de tweede set.’ Kruikenburg won in het verleden veel prijzen, maar deze prijs hadden ze nog nooit gewonnen.

vrijdag 20 mei 2011

‘Er is nog altijd geen samenspel tussen valide atleten en rolstoelsporters’

bron: Peter de Laat

Rolstoeltennis wordt in Vlaanderen maar weinig beoefend door rolstoelgebruikers. De gemeenschap zal hier wel toch iets voor doen.

Waar vinden we een rolstoeltennis club in Vlaanderen? Overal waar er tennisvelden zijn, heb je een tennisclub. Maar een rolstoeltennisclub vind je niet overal waar er tennisterreinen zijn. Op de site van het BOIC (Belgisch Olympisch en Inter-federaal Comité) is er geen link naar een bond van een sport voor mensen met een beperking. Via verschillende omwegen komen we op de site van de VLG (Vlaamse Liga voor Gehandicaptensport) waar er info is over de verschillende sporten voor gehandicapten.

Hier zijn de contactadressen van verschillende sportclubs te vinden. De meeste clubs op de lijst hebben geen rolstoelsporters in de club. De verantwoordelijke van een club geeft wel het e-mailadres van de voorzitster An Lavrysen van de rolstoelfederatie. Hieruit blijkt dat er fouten staan op de site van de VLG. Ik stuur dan een mail naar de rolstoelfederatie, waar ik antwoord krijg dat ik de reportage mag komen maken. Ze vraagt wel wat de return is voor de personen, die ik ga interviewen. Als ik haar antwoord dat dit voor een journalistieke blog is, krijg ik een antwoord dat het niet meer door gaat. Bij het opnieuw zoeken naar een club kom ik op de site van Forest Wheels.


Verschillende struikelblokken

Op de site van Forest Wheels lees je dat ze de grootste club van Vlaanderen zijn. De club telt in het totaal 22 actieve leden, wat zeer weinig is in vergelijking met een gewone sportclub. ‘De mensen in een rolstoel durven gewoon niet naar buiten te komen,’ ondervindt Louisa Vanderwallen (70) de voorzitster van Forest Wheels, ‘zelfs in het rolstoelbasket zijn er maar weinig mensen’. De meeste mensen zijn bang dat ze worden aangestaard door de valide mensen. In het begin als ze in een rolstoel terechtkomen, zijn ze een beetje futloos. Daarna willen ze zo snel mogelijk revalideren om uit hun rolstoel te geraken. Dit is misschien wel de grootste reden waarom er zo weinig mensen een rolstoelsport beoefenen.

Een reden die alleen in Vlaanderen geldt, zijn de subsidies. In België wordt de financiële steun aan sportclubs geregeld door de gewesten. In Vlaanderen worden alleen de clubs gesubsidieerd en niet de mensen. Deze moeten hun sportrolstoel zelf kopen. In Nederland krijgen ze om de vier jaar een bepaald bedrag om er een te kopen. In de andere buurlanden is er een zelfde systeem, in Wallonië wordt er een deel terug betaald. Een sportrolstoel kost redelijk veel geld, de kostprijs begint vanaf 3000 euro en kan oplopen tot 6000 euro. De stoelen zijn zo duur omdat ze op maat moeten gemaakt worden, want als je er niet goed kunt in zitten, kan je niet goed spelen. Dit is niet iets wat je zomaar alle vier jaar gaat uitgeven, om je hobby te beoefenen. Want dan heb je je lidgeld en je racket nog niet betaald.

De bereikbaarheid van de clubs


Rolstoeltennisclubs vinden is al niet gemakkelijk, maar voor de clubs is het ook niet gemakkelijk om een locatie te vinden. Forest Wheels is een Brasschaatse club, maar ze trainen in Sint-Katelijne-Waver. Toen de club werd opgericht trainden ze in Brasschaat, maar daar was geen gelegenheid om naar het toilet te gaan voor de rolstoelgebruikers. De club daar wou er zelfs geen laten plaatsen. Dus week de club uit naar ergens anders, maar daar waren de paden naar de terreinen veel te gevaarlijk voor rolstoelpatienten. Waardoor ze uiteindelijk in Sint-Katelijne-Waver terecht kwamen. Hieraan zie je dat niet veel gewone tennisclubs hun accommodatie willen aanpassen voor rolstoelgebruikers. Hierdoor moeten de clubs altijd zoeken naar beschikbare terreinen en clubs die bereidt zijn hun accommodatie aan te passen.

Er zijn wel verschillende clubs in Vlaanderen, maar meestal zijn er maar een of twee personen er lid van. ‘Het beste voor deze mensen is als er meer mensen in dezelfde club zitten met een rolstoel,’ vindt Louisa, ‘er is nog altijd geen interactie tussen valide sporters en rolstoelsporters.’ Bij Forest Wheels komen hun leden van over heel Vlaanderen. Ze hebben zelfs spelers vanuit Limburg en West-Vlaanderen.
Welke mensen

De meeste rolstoelgebruikers die een sport beoefenen, hebben eerste zelf een sport beoefent voor ze in een rolstoel terechtkwamen. Dit zorgt ervoor dat deze mensen sneller opnieuw willen gaan sporten. De meeste mensen hebben een ongeluk gehad waardoor ze in een rolstoel terechtkomen. ‘Eerst proberen die mensen om te revalideren om terug gewoon te kunnen stappen, wat ik volkomen begrijp,’ zegt Louisa. Als het dan niet lukt om gewoon te sporten, gaan ze een rolstoelsport kiezen. Uit eigen ondervinding vertelt Louisa: ‘Negen jaar geleden heb ik zelf een ongeluk gehad en ik heb getracht om terug gewoon te kunnen sporten.’ Wat een nog veel voorkomt feit is waarom deze mensen in een rolstoel zitten, is een hersenbloeding. Zij hebben soms nog meer beperkingen, zoals de armen die niet goed meer functioneren. Er zijn heel weinig mensen die aan rolstoelsporten doen met een aangeboren motorische handicap.

Leeftijd

Zoals in de alle sporten voor validen, heb je in het rolstoeltennis verschillende leeftijden. Er zijn wel meer volwassen mensen dan jongeren die het rolstoeltennis beoefenen. Dit heeft te maken met verschillende redenen. Een eerste reden is dat de jeugd liever een iets meer spectaculairdere sport beoefenen, zoals rolstoelbasket. Volgens Louisa is er een andere reden die een veel grotere rol hierop speelt. ‘De jongeren hebben nog geen rijbewijs en kunnen zich dus moeilijk verplaatsen naar hier. Ze zijn afhankelijk van hun ouders.’ Dit kan je zien bij Forest Wheels, in de club zijn er van de 22 leden maar drie jeugdspelers, wat vrij weinig is. In de validen clubs is het juist andersom, daar zijn er meer jeugdspelers dan volwassen spelers. Het jongste lid is negen jaar oud, terwijl ze in de meeste validen clubs beginnen vanaf hun zes jaar.
Trainingen

Er is maar een training in de week in de club. Daarnaast is er nog een gewestelijke training. Deze wordt ook gegeven door de trainer van Forest Wheels. ‘Ik geef intussen al ongeveer een negentien jaar tennis trainingen aan mensen met een beperking. Dit is gekomen doordat iemand mij aansprak daarover. Die persoon vroeg of er geen tennisclub bestond voor rolstoelgebruikers,’ vertelt Ronny Van Langendonck. De trainingen die hij geeft zijn hetzelfde als die van valide atleten, het enige wat verschilt is de snelheid in de oefeningen. Maar hoe kun je als trainer goed beseffen hoe het is om met een rolstoel te moeten spelen. ‘Om deze trainingen te kunnen geven, heb ik in het begin vooral veel zelf in een rolstoel gezeten en het zo gespeeld.’

Competitie

De spelers worden in vier categorieën onderverdeeld. Je hebt A, B en C zijn naargelang je beperkte mobiliteit en dan heb je nog quad die hebben ook nog een beperking aan minstens een van de bovenste ledematen. Je hebt elke maand een criterium in België, dit kan je vergelijken met een interclub bij het tennis. Hier spelen zowel mannen als vrouwen tegen elkaar, omdat er te weinig spelers zijn. Daarnaast heb je nog drie grote tornooien, waar mannen en vrouwen wel gescheiden worden. Een van deze tornooien is het Belgisch kampioenschap, de andere zijn internationale tornooien. Alleen bij deze tornooien krijg je prijzengeld, bij de andere niet. Hier merk je ook dat er weer een groot verschil is met Nederland. Daar hebben ze namelijk meer tornooien, dan hier in Vlaanderen en zelfs in België. Dit komt wel omdat er daar meer spelers zijn en ze meer hulp krijgen van de regering. ‘Ik probeer nu het wereldkampioenschap te organiseren in België, maar ik vind geen sponsors. Maar van de regering uit wordt er veel te weinig gedaan, waardoor er geen pers op afkomt. Hierdoor kun je veel moeilijker aan sponsors geraken. Want je kan ze niet iets in de plaats geven,’ vertelt Van Langendonck.

Op topsport niveau is het zelfs slecht gesteld. België heeft maar een speelster die met de wereldtop mee kan doen, Annick Sevenans. Ze staat zesde op de wereldranglijst. Ze woont in Torhout en heeft zich aangesloten bij Forest Wheels. Ze gaat er maar af en toe eens trainen, omdat ze een accommodatie dichter heeft gevonden in Nederland. Maar ook zij krijgt geen steun van de Vlaamse overheid.


---------------------------------------------------------------------------------------




bron: Peter de Laat

‘Mijn kinderen zagen hun vader altijd als een sportieve papa ‘

Eric Estievenart is een militair die met een sportongeluk zijn linkerbeen verloor: ‘Als je je been verliest kan je ofwel je er bij neerleggen of er het beste van proberen te maken. Ik heb mij er wel niet bij neergelegd, omdat ik een job had in de sportsector en mijn kinderen zagen hun vader altijd als een sportieve papa. Je kan dan kiezen om te blijven werken of alle drie maanden een vergoeding te krijgen. Maar dit is veel minder dan als je blijft werken. Op sportief gebied heb ik veel moeten laten vallen. Ik zat in het nationaal oriëntatieloopteam, ik deed aan zwemmen en fietsen. Nu ga ik nog regelmatig met de familie iets van sport doen, zoals trekking en zwemmen. Ik ga ook regelmatig eens fietsen maar doe dit niet op de openbare weg, want ik heb nog schrik van het verkeer op de weg. Omdat ik het zelf niet meer kan op competitief niveau, help ik mee om het te organiseren. Vroeger kon ik inspringen als er iemand te weinig was, dit is nu ook niet meer mogelijk.


------------------------------------------------------------------------------------------



Wie zijn de elitesporters in vlaanderen?


Een atleet met elitestatuut presteert op wereldniveau. De eliteatleet moet minstens 1 keer per jaar de prestatienorm halen om zijn/haar statuut te behouden.



Paralympische sporten

Atletiek: Gino De Keersmaeker, Frederic Van den Heede
Basketbal: nationaal basketbalteam (20 atleten)
Boccia: nationaal BC3 bocciateam (4 atleten)
Goalbal:  nationaal goalbalteam (12 atleten)
Paardrijden: José Lorquet op Junior du Pré *, Evelien Vanlooveren op Dreamboy, Bert Vermeir op Tiramisu, Michèle George*
Rugby: nationaal rugbyteam (8 atleten)
Tafeltennis: team klasse 8, Sylvie Dejonckheere, Nico Vergeylen, Ben Despineux*, Marc Ledoux*, Mathieu Loicq*
Tennis: Joachim Gerard *, Annick Sevenans
Wielrennen: Alain Goolaerts, Christophe Hindricq *, Wim Decleir
Zwemmen: Sven Decaesstecker, Tamara Medarts


Niet-paralympische sporten


Keusporten: Kurt Deklerck
Wielrennen: Karel Laga
* Franstalig atleet

vrijdag 22 april 2011

‘Liever doping pakken voor een Olympische titel en hun leven met vijf jaar verkorten’


bron: Peter de Laat
Leo Groenweghe, een sportdokter en erkend keuringarts, merkt dat sommige topsporters heel ver gaan.



Doping is een niet uit te roeien kwaal.
Er zijn mensen die zeggen: ‘Waarom zou je niet een deel van de doping legaliseren voor topsporters.’ Maar de vraag is dan waar je de lijn legt. Wie is topsporter en wie niet? Dat is heel moeilijk te beoordelen. Daarom dat je beter rechte lijnen trekt, door te zeggen wat mag en wat niet. Anders creëer je grijze zones, wat het veel moeilijker maakt. Zelfs als je het medisch zou gaan begeleiden, kan je geen lijn trekken. Veel van die producten zijn daarenboven schadelijk voor het lichaam. De producten die het minst schadelijk zijn, hebben minder effect. Dopinggebruik kan absoluut niet door de beugel. Ik heb vroeger controles voor de Vlaamse Gemeenschap gedaan en doe dit nu nog voor IAAF, de  internationale atletiekliga.

Zijn de straffen zwaar genoeg?
Dat hangt ervan af met welke situatie we te makken hebben. Soms is het door een toevalligheid en dan is de straf vrij zwaar. Daar tegenover heb je sporters die duidelijk zich gedopeerd hebben, maar dan een hele goede advocaat hebben om zich vrij te spreken. Dan denk je dat het systeem niet streng genoeg is. Voor de atleten is dit een veel grotere catastrofe. Twee jaar niet meer mogen sporten, zorgt ervoor dat ze het financieel, persoonlijk en moreel zwaar gaan hebben. De straffen zijn toch redelijk zwaar, maar zijn wel niet ongepast. Ze worden weinig afgeschrikt op medische vlak. Hoe ga je ze dan afschrikken als je lichtere straffen gaat geven, want dan is er zeker geen rem. Liever doping pakken voor een Olympische titel en hun leven met vijf jaar verkorten. Dan dat ze die titel gaan mislopen.

Je hoort nooit van dopinggevallen in voetbal.
Er wordt ook doping gebruikt in voetbal. Maar hier is het moeilijker, omdat het zowel een duur- als een explosieve sport is. Hierdoor kan je je niet gaan toespitsen op een factor, want dan ga je de andere verzwakken. Een tweede oorzaak is dat het een ploegsport is, waardoor men minder geneigd is om doping te gaan gebruiken. In Spanje zijn er zo al enkele gevallen geweest. Hier in België is dit beperkt en gebeurt het individueel.

Wat is de bedoeling van zo’n dopingdokters?
Daar doen de mensen het voor het geld en niet om slecht te doen. Als je daar een keer mee begint, kan je er nog met moeite uit weg geraken. Wanneer dat goed draait, gaat men daar in verder. Dit is te vergelijken met gokken. Ik heb weinig respect voor deze mensen. Je kan je afvragen hoe ze in zo’n situatie terecht zijn gekomen, dit is geen nieuw verschijnsel in de sport. Vroeger had je toppers in Italië die hierdoor tegen de lamp liepen, nu is dit in Spanje.

Zijn de where-abouts niet te streng?
De where-abouts is een goed systeem voor het controleren van topsporters. Het is niet te streng, want ze hebben genoeg tijd om hun planning te maken. Ze moeten zich ook maar een uur per dag vrij maken. Maar toch zorgt dit voor problemen, omdat ze dit vergeten.

Dan controleren ze die toch buiten competitie.
Het best is om de atleten te controleren buiten competitie, want doping wordt vooral gebruikt in voorbereiding op het seizoen. Hierdoor hebben ze een groter rendement voor tijdens het seizoen. Controles tijdens competitie leveren weinig resultaat. Daarom doen ze de controles een paar dagen voor competitie in plaats van tijdens de competitie. Bepaalde artsen gaan hiervoor zelfs bij de sporters thuis om de testen af te nemen. Terwijl er vroeger alleen maar tijdens de competities werd gecontroleerd, gebeurt dit nu meer en meer buiten competitie.

Heeft u al atleten gehad, die beweerden dat er fouten waren?
Ze proberen dit elke keer, soms lukt het hun ook. Doordat er fouten zijn bij de afname of in de labo’s. Meestal zijn ze wel schuldig, maar als er een fout is, kan je er niets aandoen. Er was eens een kogelstootster geweest die positief was op anabolica, maar het staal was te veel verdund. Voor een correct staal moet de urine een bepaalde dichtheid hebben. Als zo’n staal al positief test, is ze ook positief. Door de procedure werd ze vrij gepleit, maar eigenlijk was ze schuldig.

donderdag 3 maart 2011

‘Nultolerantie als men gepakt wordt‘


bron: Peter de Laat

Roger Moens, gepensioneerd politieman en zilveren medaille winnaar op de Olympische Spelen van Rome (1960) op de 800m, is faliekant tegen doping: ‘Het is al verboden en het moet verboden blijven. Doping zorgt ervoor dat de sport kapot gaat. Doping mag niet legaal gemaakt worden in topsport. Dit is een eerste reden waarom ik tegen doping ben. Er is ook een tweede reden. Het is wetenschappelijk bewezen dat het niet gezond is voor het lichaam. Dus moet iedereen er af blijven, want het maakt alleen uw lichaam kapot. Er zijn mensen die zeggen: ‘Laat doping maar gelegaliseerd worden, want iedereen doet het. Dan doen ze het tenminste niet meer achter de rug.’ Maar niet iedereen neemt doping. Er zijn verschillende topsporters die het zonder verboden producten doen. Als je het gaat toelaten, zeg je tegen diegenen die het nu niet gebruiken dat ze het ook mogen gebruiken.  Anders gaan ze niet meer meekunnen met de rest. Dit is hetzelfde als je zegt dat iedereen op de autostrade te snel rijdt, maar dat is niet zo. Dus als je daar de limiet verhoogt, gaan die die het niet doen plots veel sneller moeten rijden. Wat er ook moet gebeuren is als er iemand gepakt wordt op het gebruik van een verboden product of meerdere, moet deze veel zwaarder bestraft worden. Een nultolerantie als je gepakt wordt. Nu is het systeem veel te laks, qua bestraffen. Als je nu positief test krijg je eerst een schorsing van een paar jaar. Pas bij een tweede schorsing word je levenslang geschorst. Als je betrapt wordt moet je direct levenslang geschorst worden. Zij verdienen geen tweede kans, want meestal als ze al gebruikt hebben zullen ze het nog eens doen. Zo maak je de sport pas weer zuiverder. Als doping toegelaten wordt, zullen de supporters de winnaar altijd in twijfel trekken. Uiteindelijk  zal de sporter die de beste producten neemt de overwinnaar worden. En niet de meeste talentrijke.’

‘De fout ligt bij de supporters’



bron: Peter de Laat

Danny Limbourg, fietsenhersteller bij Cata-Bikes en voorzitter van wielerploeg Cata-Bikes, vindt dat ze doping mogen legaliseren op topsport niveau. ‘Topsporters kunnen niet dieper gaan dan dat het lichaam aan kan. De mensen verwachten dat de topsporters altijd goed presteren bij wedstrijden. Hierdoor moeten ze wel naar producten grijpen. De supporters verwachten dat een atleet altijd dezelfde prestaties kan leveren en soms zelfs een beetje meer. De meeste topsporters zitten al op het randje. Dus kunnen ze moeilijker nog dieper gaan. Zoals in het wielrennen heb je het voorbeeld met een Tour de France. Er is geen enkele persoon die drie weken lang zo’n zware inspanning kan leveren, zonder dat ze hun lichaam kapot gaan maken. Neem nu een Alberto Contador dat is een talentrijke wielrenner, maar het publiek wil dat hij bij wijze van spreken een berg op vliegt. Maar dat kan die jongen geen drie weken aan een stuk doen. De sportbonden moeten de nultolerantie verhogen, zodat de atleten kunnen presteren dat het publiek tevreden is. In de jeugdbegeleiding is het nodig om naar 100 procent dopingvrij sporten te streven. Daar zullen we beginnen met het ze te leren om zonder die producten te kunnen en ze leren om er af te blijven. Zodat we in de toekomst wel naar dopingvrije sporten kunnen streven. Ik ben geen voorstaander voor doping, maar de fout ligt bij de supporters die teveel verwachten van de sporters. Ze moeten wel hun producten die ze nemen onder medische begeleiding gebruiken. Deze zullen wel onder noemer doping geplaatst worden. Want dan gebeurt het op een veilige manier, anders gaan ze maar iets nemen wat uiteindelijk heel schadelijk kan zijn. Hierdoor zal je de kansen van de sporters verbreden en kan je het op een wetenschappelijke manier onderzoeken. Doordat je het legaal gaat maken, moeten ze het niet meer verbergen. Nu doen ze het allemaal achter de schermen.’